Veilig
paardrijden
Sportbeoefening brengt altijd het risico van blessures met zich mee. Om te zorgen dat de paardensport niet het stempel van 'riskante sport' krijgt, hebben de FNRS-maneges afspraken gemaakt over een aantal zaken die de veiligheid verhogen. Een manege / Ruitersportcentrum die aan deze eisen voldoet krijgt een veiligheidcertificaat. Een van die eisen is bijvoorbeeld een veiligheidscap.
Welke veiligheidscap is goedgekeurd?
Uit veiligheidsoverwegingen is het verplicht om tijdens het
paardrijden op de manege een goedgekeurde veiligheidscap te
dragen. Dit geldt ook bij het uitstappen en het vrij rijden. De
cap moet voorzien zijn van een CE-markering en het
EN1384-teken. Controleer goed of dit erin staat. Let op, dat
hij goed past en maak tijdens het rijden de kinband altijd goed
vast.
Wat kan ik het beste aan mijn voeten doen tijdens het
paardrijden?
Rijlaarzen zijn nodig om de juiste beenligging te bevorderen en
de benen te beschermen. Goede rijlaarzen hebben een gladde zool
zodat je voet niet kan blijven vastzitten in de stijgbeugel. Let
bij het kopen van rijlaarzen op een goede pasvorm. Eventueel mag
er worden gereden met jodhpurs (speciale paardrijlaarsjes) met
chaps. Het rijden met (gym)schoenen of gewone regenlaarzen is
niet toegestaan. Let op: bij het FNRS-diplomarijden zijn
rijlaarzen verplicht.
Welke kleding is het beste tijdens het paardrijden?
Voor het rijden is een echte rijbroek aan te bevelen. Deze heeft
geen vervelende plooien en naden aan de binnenzijde van de benen
die nare schaafwonden kunnen veroorzaken. De bovenkleding moet
veel bewegingsvrijheid geven, voldoende warm zijn (zeker in de
winter) en moet niet met alle winden meewaaien. Het dragen van
dassen, te grote truien of openstaande vesten en jassen kan
paarden laten schrikken. Als je kleding wilt uit- of aandoen,
stijg dan eerst af. Het dragen van sierraden kan ook gevaar
opleveren voor het paard en de ruiter. Let op: bij het
FNRS-diplomarijden is een witte rijbroek verplicht is.
Hoe gedraag ik me in de omgang met het paard?
Buiten het dragen van de juiste kleding zijn er veel adviezen te
geven over een veilige omgang met paarden. Tijdens de rijlessen
en in de verzorgingslessen wordt hier veel aandacht aan besteed.
Hieronder een aantal tips om veilig te rijden:
- Gedraag je rustig op stal!
- Laat een paard altijd weten dat je eraan komt.
- Loop nooit (met of zonder paard) vlak achter een ander paard langs.
- Waarschuw wanneer je de rijbaan in wilt met het commando: "Deur vrij!".
- Houd bij het opstijgen de regels in acht. Zet het paard op de AC-lijn met de neus richting de zijde met de letters F-B-M ( in de grote binnenbak) en H-E-K in de andere bakken. Houd je paard altijd vast.
- Begin je met rijden of ben je klaar ga dan rechtuit vanaf de AC-lijn naar de hoefslag en vervolgens op de linkerhand.
- Verlaat de rijbaan pas als de ruiters van de volgende les de rijbaan zijn opgegaan en er voldoende ruimte is in de stallen. Dit is om opstoppingen in de stal te voorkomen.
Rijbaanregels voor ruiters
Net als in het verkeer gelden er ook regels in de rijbaan.
Ruiters dienen zich aan onderstaande rijbaanregels te houden.
Begrijpt u één of meer regels niet? Uw instructeur of overige
personeelsleden geven u graag een toelichting.
- Bij het rijden dienen alle ruiters een goed passende veiligheidshelm met gesloten kinband te dragen.
- Bij het rijden dienen de schoenen ruim in de stijgbeugel te zitten.
- Bij het rijden dienen alle ruiters rijlaarzen te dragen óf stevige schoenen met een gladde doorlopende zool en een hak, gecombineerd met chaps.
- Bij het rijden dienen grote, uitstekende sieraden en losse kleding te zijn af- c.q. uitgedaan.
- Het voornemen om in of uit de rijbaan te gaan, moet luid worden aangekondigd en hiervoor moet toestemming zijn gevraagd.
- Het springen over een hindernis moet worden aangekondigd als er ook andere ruiters in de rijbaan rijden.
- Als er gesprongen wordt in de rijbaan, dienen de overige ruiters te stappen op de hoefslag.
- Op- en afstijgen op de AC-lijn.
- Niet stappen of halt houden op de hoefslag.
- De combinatie welke op de linkerhand rijdt, heeft bij het elkaar passeren de hoefslag (dus rechts houden)
- Degene die een snellere gang heeft en/of zijgangen rijdt, heeft altijd voorrang.
- Niet snijden en elkaar de ruimte geven bij het passeren.


